Vanaf 1 juli 2025 maken wij integraal deel uit van Event Confederation.
Wil jij ook graag deel uitmaken van het grootste netwerk van eventbedrijven in België?
Wil jij ook graag deel uitmaken van het grootste netwerk van eventbedrijven in België?

Op het einde van 2024 wordt voor het eerst gebruik gemaakt van de nieuwe regels over de overdracht van wettelijke vakantiedagen gedurende maximaal 2 jaar. Indien je werknemers hebt die op einde van het jaar door omstandigheden onmogelijk hun resterend saldo vakantiedagen op kunnen nemen (zoals ziekte of bevallingsrust), dan worden die vakantiedagen vanaf nu overgedragen gedurende een periode van 24 maanden.
De wettelijke vakantiedagen moeten in principe worden opgenomen vóór 31 december van het vakantiejaar. Het is verboden om de vakantiedagen die niet werden opgenomen in het vakantiejaar over te dragen naar het volgende jaar. Als je de wettelijke vakantie niet of niet tijdig toekent riskeer je als werkgever een sanctie.
Toch is het in sommige situaties onmogelijk om vakantiedagen toe te kennen. Om tegemoet te komen aan Europese rechtspraak en wetgeving, gelden er daarom sinds begin van dit jaar nieuwe regels over het uitstellen en eventueel overdragen van vakantiedagen in bepaalde situaties. Het recht op jaarlijkse vakantie moet een werknemer immers in staat stellen om uit te rusten en om over een periode van ontspanning en vrije tijd te beschikken.
Overdracht van wettelijke vakantiedagen naar de volgende 2 kalenderjaren kan indien de werknemer zich doorovermacht op het einde van het vakantiejaar in de onmogelijkheid bevindt om zijn vakantie op te nemen, wegens één of meerdere schorsingen van de arbeidsovereenkomst. De situaties die overdracht van wettelijke vakantiedagen na 31 december van het vakantiejaar mogelijk maken zijn de volgende:
Voorbeeld: Een werknemer wordt op 10 oktober 2024 arbeidsongeschikt en is hierdoor gedurende 4 maanden afwezig. Op 10 oktober had hij nog recht op 5 vakantiedagen die hij dus onmogelijk kan opnemen vóór 31 december 2024. Die 5 dagen zullen op 31 december 2024 worden overgedragen gedurende 24 maanden en kunnen dus door deze werknemer worden opgenomen in de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026.
Het begrip “in de onmogelijkheid verkeren” is niet altijd eenvoudig te beoordelen, bijvoorbeeld bij een werkhervatting van een werknemer in de maand december na een lange periode van arbeidsongeschiktheid. Het ziet er voorlopig naar uit dat dit begrip strikt moet geïnterpreteerd worden. Alle vakantiedagen die jouw werknemer nog kan opnemen, moet hij ook nog opnemen.
Dit komt voor bedienden in de plaats van het oude systeem van uitbetaling. Het begrip onmogelijkheid is in feite overgenomen uit het oude systeem waarbij voor een bediende vakantiedagen moesten worden uitbetaald op het einde van het jaar indien het voor hem onmogelijk was om deze op te nemen. De bediende in kwestie ontving weliswaar het nog verschuldigde vakantiegeld, maar was zijn vakantiedagen wel kwijt. Deze oude regeling bestaat nog steeds, maar kan vanaf nu enkel nog worden gebruikt in uitzonderlijke (overmachts-)situaties die hierboven niet werden opgesomd (bijvoorbeeld volledige werkverwijdering als maatregel van moederschapsbescherming die voortduurt tot het einde van het jaar).
De onmogelijkheid om de wettelijke vakantiedagen te kunnen opnemen (wegens één of meerdere schorsingen hierboven opgesomd) moet worden geëvalueerd op 31 december van het vakantiejaar.
Twee principes zijn essentieel bij de overdracht van vakantiedagen:
Voor bedienden betaal je als werkgever het enkel vakantiegeld voor de overgedragen vakantiedagen (ten laatste) op 31 december van vakantiejaar (+ mocht dit nog niet gebeurd zijn, het dubbel vakantiegeld). De overgedragen vakantiedagen worden bij uitdiensttreding vermeld op het vakantieattest indien de bediende uit dienst gaat binnen de periode van overdracht (24 maanden).
De RSZ zal voor het enkel vakantiegeld van de bedienden het een en ander nog bijkomend verduidelijken in haar administratieve instructies over de socialezekerheidsbijdragen.
Voor arbeiders werd het loon voor alle vakantiedagen van het vakantiejaar, dus met inbegrip van de eventuele op het einde van het jaar over te dragen vakantiedagen, reeds betaald door het vakantiefonds/RJV met de vakantiecheque (normaal tussen 2 mei en 30 juni van het vakantiejaar). Ook een arbeider kan dit (onbetaald) opnemen bij zijn nieuwe werkgever indien hij in de periode van overdracht van werk verandert. Hoe dit dan in de praktijk moet verlopen, is momenteel echter nog niet duidelijk. De RJV is dit momenteel nog aan het bekijken. Het ziet er voorlopig niet naar uit dat de RJV al in het jaar 2025 het aantal overgedragen vakantiedagen op de vakantiecheque of op de vakantierekening (‘vakantieattest’ voor arbeiders) zal vermelden.
Wij lichten hieronder de concrete gevolgen van deze maatregel toe in 5 punten:
—
Bronnen:
Photo by Estée Janssens on Unsplash